Zondag 2 juni 2019

Zondag 2 juni 2019, 10.00 uur Maartenskerk, viering Heilig Avondmaal, 4de in de serie ‘Gods schepping, ons een zorg’

Orgelspel

Welkomstwoord en mededelingen

Aansteken van de kaarsen en kaarsenlied: Lied 290

Aanvangslied: Lied 65: 1 (staande)

Moment van stilte

Groet
v Genade en vrede, u en jullie allemaal,
van God onze Vader en van Jezus Christus de Heer.
a Amen.

Bemoediging
v Onze Hulp is in de Naam van de Heer,
a die hemel en aarde gemaakt heeft,
v die trouw blijft tot in eeuwigheid
a en niet loslaat het werk van zijn handen.

Gebed van toenadering
v .… dit bidden wij U in de naam van Jezus Christus, onze Heer.
a Amen.

Vervolg aanvangslied: Lied 65: 2 (allen gaan zitten)

Inleiding op de zondag

Lied bij het begin: Lied 272: 1, 2, 3

Gebed om ontferming

Glorialied: Lied 273: 1, 4, 5

Gebed om vernieuwing door de Geest van God

1ste Schriftlezing: Jesaja 42:1-7
“Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen. Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen. Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien naar zijn onderricht uit. Dit zegt God, de HEER, die de hemel heeft geschapen en uitgespannen, die de aarde heeft uitgehamerd met alles wat zij voortbrengt, die de mensen op aarde levensadem geeft, en levensgeest aan allen die daar verkeren: In gerechtigheid heb ik, de HEER, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen en maak je tot een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te bevrijden uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis.” (NBV)

Tussenzang: Lied 459: 1, 2, 3, 4

2de Schriftlezing: Markus 6:34-38
“Toen hij uit de boot stapte, zag hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en hij onderwees hen langdurig. Toen er al veel tijd was verstreken, kwamen zijn leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur hen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om eten te kopen.’ Maar hij zei: ‘Geven jullie hun maar te eten!’ Ze vroegen hem: ‘Moeten wij dan voor tweehonderd denarie brood gaan kopen om hun te eten te geven?’ Toen zei hij: ‘Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.’ En nadat ze waren gaan kijken wat ze bij zich hadden, zeiden ze: ‘Vijf, en twee vissen.’” (NBV)

Vervolg tussenzang: Lied 459: 5

Preek

Muzikaal meditatief moment

Avondmaalslied: Lied 387: 1, 2, 3

Collecte 1. Diaconie 2. Kerk

Vervolg avondmaalslied: Lied 387: 4, 5

Tafelgebed en Onze Vader

Vredegroet

Delen van brood en beker

Dankzegging

Slotlied: Lied 534 (staande)

Zegen