Zondag 15 september 2019

Zondag 15 september 2019, 10.00 uur Maartenskerk

Orgelspel

Welkomstwoord en mededelingen

Aansteken van de kaarsen en kaarsenlied: Lied 290

Aanvangslied: Lied 92: 1, 2 (staande)

Moment van stilte

Groet
v Genade en vrede, u en jullie allemaal,
van God onze Vader en van Jezus Christus de Heer.
a Amen.

Bemoediging
v Onze Hulp is in de Naam van de Heer,
a die hemel en aarde gemaakt heeft,
v die trouw blijft tot in eeuwigheid
a en niet loslaat het werk van zijn handen.

Gebed van toenadering
v .… dit bidden wij U in de naam van Jezus Christus, onze Heer.
a Amen.

Vervolg aanvangslied: Lied 92: 3 (allen gaan zitten)

Inleiding op de zondag

Lied bij het begin: Lied 275: 1, 2, 3

Gebed

Antwoordlied: Lied 275: 4, 5

Gebed om vernieuwing door de Geest van God

1ste Schriftlezing: Psalm 49
“Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm. (49:2) Hoor, alle volken, luister, bewoners van de wereld, (49:3) mensen, kinderen van Adam, rijk en arm, iedereen. (49:4) Mijn mond spreekt wijze woorden, diepzinnig is wat mijn hart overpeinst, (49:5) ik heb een open oor voor raadselspreuken, bij het spel op de lier onthul ik een geheim. (49:6) Waarom zou ik vrezen in slechte tijden, als ik door uitbuiters word omringd, (49:7) die vertrouwen op hun vermogen en pronken met hun rijkdom? (49:8) Geen mens kan een ander vrijkopen, wat God vraagt voor een leven, is niet te betalen. (49:9) De prijs van het leven is te hoog, in eeuwigheid niet op te brengen. (49:10) Onmogelijk dat iemand voor altijd zou leven, de kuil van het graf nooit zou zien. (49:11) Dit zien we: wijze mensen sterven, maar ook dommen en dwazen vergaan en laten hun vermogen achter. (49:12) Het graf is hun eeuwig thuis, hun woning van geslacht op geslacht, ook al stond er veel land op hun naam. (49:13) Nee, een mens, hoe rijk ook, ontkomt niet aan het duister, hij is als een dier dat wordt afgemaakt. (49:14) Dit is het lot van wie op zichzelf vertrouwen, zo vergaat het wie zichzelf graag horen: sela(49:15) als schapen verblijven zij in het dodenrijk, en de dood is hun herder. In de morgen vertrappen de oprechten hun graf, hun lichaam teert weg in het dodenrijk en vindt geen rust. (49:16) Maar mij zal God vrijkopen uit de macht van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen. sela(49:17) Wees niet bevreesd als iemand rijk wordt, een groter huis heeft en meer weelde. (49:18) Want bij zijn dood kan hij niets meenemen, zijn weelde volgt hem niet in het graf. (49:19) Ook al prijst hij zich gelukkig met zijn leven- wie roemt je niet in je voorspoed? -, (49:20) hij zal zich voegen bij zijn voorgeslacht, bij hen die het licht nooit meer zullen zien. (49:21) Een mens zonder inzicht, hoe rijk ook, is als een dier dat wordt afgemaakt.” (Psalmen 49:1-20 NBV)

Tussenzang: Lied 720: 1, 2, 3

2de Schriftlezing:
“Wanneer ze jullie voor de synagogen en de autoriteiten en het gerecht slepen, vraag je dan niet bezorgd af hoe of waarmee je je moet verdedigen of wat je moet zeggen, want de heilige Geest zal jullie op dat moment ingeven wat je moet zeggen.’ Iemand uit de menigte zei tegen hem: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’ Maar Jezus antwoordde: ‘Wie heeft mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?’ Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen, zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’ En hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het landgoed van een rijke man had veel opgebracht, en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan, en dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. Maar God zei tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?” Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’” (Lukas 12:11-21 NBV)

Tussenzang: Lied 720: 4, 5

Preek

Muzikaal meditatief moment

Lied na de preek: Lied 910: 1, 2, 3

Collecte 1. KIA Bouw de kerk in Syrië weer op 2. Kerk

Slotlied: Lied 1014

Zegen