Zondag 12 juli 2020

Zondag 12 juli 2020, Maartenskerk 10.00 uur, max. 100 – dienst en kerkdienstgemist – dienst

• Orgelspel

• Welkom en Mededelingen

• Aansteken van de kaarsen en kaarsenlied (Lied 290)

• Moment van stilte

• Groet

• Bemoediging

• Gebed van toenadering / aanvangsgebed

• Inleiding op de zondag

• Lied 313: 1, 3, 5 (pianospel en zang)

• Eventueel: inleiding op de Schriftlezingen

• 1ste Schriftlezing: Jesaja 55:6-13
“Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de HEER, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God, die hem ruimhartig zal vergeven. Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen-spreekt de HEER. Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen. Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert zonder eerst de aarde te doordrenken, haar te bevruchten en te laten gedijen, zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten- zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied. Vol vreugde zullen jullie uittrekken en in vrede zul je huiswaarts keren. Bergen en heuvels zullen je juichend begroeten, en alle bomen zullen in de handen klappen. Doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtestruiken. Zo zal de HEER zich roem verwerven, het is een eeuwig en onvergankelijk teken.” (NBV)

• 2de Schriftlezing: Mattheüs 13:1-9, 18-23
1-9
“Die dag verliet Jezus het huis en ging aan de oever van het meer zitten. Er kwam een grote mensenmassa om hem heen staan, en daarom ging hij in een boot zitten, terwijl de menigte op de oever bleef. Hij sprak hen uitvoerig toe en vertelde gelijkenissen: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en er kwamen vogels die het opaten. Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen. Toen de zon opkwam verschroeide het, en omdat het geen wortel had droogde het uit. Weer een ander deel viel tussen de distels, en toen die opschoten verstikten ze het zaaigoed. Maar er viel ook wat zaad in goede grond, en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig. Laat wie oren heeft goed luisteren!’” (NBV)
18-23
“Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier: bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid. Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. Het schiet echter geen wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd of vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand. Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft. Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen. Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.’” (NBV)

• Muzikaal intermezzo

• Overdenking

• Muzikaal meditatief moment

• Lied 764 (pianospel en declamatie)

• Dankzegging en voorbeden, stil gebed en gezamenlijk Onze Vader

• Collectemoment

• Slotlied Lied 418: 1, 3, 4 (pianospel en zang)

• Zegen

• Pianospel